Overeenkomstig het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 1992 is een gemeente gemachtigd om opcentiemen te heffen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen, geïnventariseerd op de Vlaamse Inventaris voor Ongeschikte en Onbewoonbare Woningen.
Ter bestrijding van ongeschikte en onbewoonbare woningen, bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, is het gerechtvaardigd om ten voordele van de gemeente opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen op het grondgebied van de gemeente, ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, meer bepaald Hoofdstuk VIII, afdeling 2 en latere wijzigingen en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, zoals gewijzigd.
De gemeente kan een beroep doen op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze gemeentelijke opcentiemen.
Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden, ten voordele van de gemeente Linter, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen op het grondgebied van de gemeente Linter.
Artikel 2. De gemeente Linter doet een beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze gemeentelijke opcentiemen.
Artikel 3. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Vlaamse Belastingdienst toegezonden.