De gemeente Linter probeert de afvalstromen, zowel van de eigen werking als die van de burgers, zoveel mogelijk te beperken. Zowel de productie van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten, als het verwerken van het papierafval dat hierdoor gegenereerd wordt, heeft een negatieve impact op het leefmilieu.
Het is dan ook billijk om een belasting te vestigen op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten.
De gemeenteraad heeft in zitting van 30 december 2019 zijn goedkeuring gehecht aan een belastingreglement op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en gelijkgestelde producten. Dit reglement vervalt op 31 december 2025.
Met het oog op de continuïteit is het wenselijk een nieuw belastingreglement op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten vast te stellen.
De tarieven worden vastgesteld per exemplaar en naargelang van het gewicht van het drukwerk. Dit sluit nauw aan bij het principe van de vervuiler betaald.
De vrijstellingen die in dit reglement zijn opgenomen sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Conform artikel 170 §4 van de Grondwet en artikel 40 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur behoort de bevoegdheid tot het invoeren van belastingen exclusief toe aan de gemeenteraad.
Artikel 1. Met ingang van 1 januari 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten, ongeacht ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.
Artikel 2. Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
Artikel 3. De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 7.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 7 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
Artikel 4. De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 5. De belasting bedraagt:
Per verspreiding bedraagt de heffing minimum € 10,00.
Artikel 6. Er is een vrijstelling van belasting voor:
Artikel 7. De belastingplichtige is gehouden, minstens één dag voorafgaand aan de verspreiding, hiervan bij het gemeentebestuur aangifte te doen door middel van het formulier vastgesteld door het gemeentebestuur. Hij dient hierbij tevens een specimen van het te verspreiden drukwerk in.
In geval van periodieke verspreiding mag de aangifte, naar keuze van de belastingplichtige en mits voorafgaande verwittiging aan het gemeentebestuur, eveneens gedaan worden voor een periode van drie maanden of hoogstens één jaar.
Artikel 8. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 7, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Bij verspreiding in brievenbussen, wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten ambtshalve bepaald op het aantal brievenbussen dat jaarlijks in de maand januari door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld wordt volgens de gegevens van BPost.
Bij verspreiding op de openbare weg via een display, wordt het aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging forfaitair vastgesteld op het aantal brievenbussen dat (jaarlijks in de maand januari door het college van burgemeester en schepenen) vastgesteld wordt volgens de gegevens van BPost van de deelgemeente waar de display op de openbare weg geplaatst is.
Bij verspreiding op de openbare weg door persoonlijke afgifte wordt het aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging forfaitair vastgesteld op het aantal brievenbussen dat (jaarlijks in de maand januari door het college van burgemeester en schepenen) vastgesteld wordt volgens de gegevens van BPost van de deelgemeente waar de verspreiding gebeurt.
Als het drukwerk of de gelijkgestelde producten op meerdere manieren verspreid wordt, wordt het aantal verspreide exemplaren aan drukwerk of gelijkgestelde producten voor de ambtshalve vestiging vastgesteld als een som van het toepasselijke aantal vastgestelde exemplaren in de voorgaande leden.
Artikel 9. De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
De vestiging en de invordering van de belasting evenals de regeling van de geschillen ter zake gebeurt volgens de modaliteiten vervat in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 10. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.