De Vlaamse Codex Wonen van 2021 stelt de gemeente aan als coördinator en regisseur van het lokale woonbeleid.
Gemeenten kunnen, zoals bepaald in de Vlaamse Codex Wonen, een register van leegstaande woningen en gebouwen bijhouden.
Daarbij kunnen ze nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister bepalen.
Er zijn meerdere redenen om leegstaande woningen en gebouwen te registreren en te belasten:
De gemeenteraad hechtte in zitting van 30 januari 2017 zijn goedkeuring aan een reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen. Het is wenselijk dit reglement te actualiseren.
De gemeenteraad hechtte in zitting van 30 december 2019 zijn goedkeuring aan een belastingreglement op de leegstand van gebouwen en/of woningen. Dit reglement komt te vervallen op 31 december 2025. Het is wenselijk een nieuw belastingreglement vast te stellen.
De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Enig artikel. Het reglement van registratie en belasting van leegstaande gebouwen en woningen wordt als volgt vastgesteld:
Reglement van registratie en belasting van leegstaande gebouwen en woningen
HOOFDSTUK 1 - VOORWERP
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de interlokale vereniging ‘Beter Wonen aan de Gete’ die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
3° houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning
4° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs
5° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
6° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande
7° bedrijfsruimte: de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw (= elk gebouw of gedeelte van een gebouw waarin een economische activiteit heeft plaatsgevonden of plaatsvindt) bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde houder zakelijk recht. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van vijf aren. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de houder van het zakelijk recht een niet-afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief wordt benut als verblijfplaats. Een bedrijfsruimte kan niet in het gemeentelijk leegstandsregister worden opgenomen, enkel in het Vlaamse leegstandsregister.
8° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt
9° leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden, daarbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte conform het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en zijn latere wijzigingen. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
10° leegstaande woning: een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in het decreet van 25 april 2014 over de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt
Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
11° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie
12° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in de Vlaamse Codex Wonen
13° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen
14° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt
15° tweede verblijf: is een private woon- of verblijfgelegenheid waarvoor niemand is ingeschreven in het bevolking- of vreemdelingenregister en die niet tot hoofdverblijf wordt aangewend maar die op elk ogenblik voor bewoning kan worden gebruikt
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning moet blijken uit de feiten. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden, met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans en die al dan niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger. Lokalen die uitsluitend bestemd zijn voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit, garages, tenten, verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden niet als tweede verblijf beschouwd.
16° aanslagjaar: is het jaar dat de belasting verschuldigd is
Een aanslagjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december. Op een aanslagbiljet staat het bedrag van de belasting dat de houder van het zakelijk recht in dat aanslagjaar moet betalen.
HOOFDSTUK 2 - LEEGSTANDSREGISTRATIE
Artikel 2. Leegstandsregister
§1. De administratie beheert het leegstandsregister.
Woningen die door het Vlaamse Gewest geïnventariseerd zijn als ongeschikt en/of onbewoonbaar, worden niet opgenomen in het leegstandsregister.
Een gebouw of woning die geïnventariseerd is als verwaarloosd in het gemeentelijk verwaarlozingsregister, kan wel opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning
2° de kadastrale gegevens van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht
4° het nummer en de datum van de administratieve akte
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname
Artikel 3. Opsporing en registratie van leegstand
§1. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§2. De leegstand wordt beoordeeld door de administratie op basis van een of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
Artikel 4. Kennisgeving van registratie
§1. De houder van het zakelijk recht wordt door de administratie per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
De kennisgeving bevat:
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van het gebouw of de woning waarop de administratieve akte betrekking heeft.
§3. Als blijkt dat er een administratieve fout gebeurd is bij de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister, zoals bijvoorbeeld het aanschrijven van de verkeerde houder van het zakelijk recht, wordt de akte ingetrokken door de administratie. De ontvanger van de administratieve akte zal dan van de administratie een brief ontvangen met de verduidelijking.
Artikel 5. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse door de administratie.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie, al dan niet met terugwerkende kracht. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een (handels)huurovereenkomst kan echter nooit als bewijs gelden voor de beëindiging van de leegstand van een gebouw of een woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft over de effectieve benutting van het gebouw.
§2. Een gebouw of een woning dat is gesloopt, vergund of vrijgesteld van sloopvergunning, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van vaststelling van de sloop. De sloop moet door de belastingplichtige gemeld worden aan de administratie.
§3. Een gebouw of een woning waarin een wijziging van het aantal woongelegenheden werd vergund, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van voltooiing van de werkzaamheden en de wijziging van het aantal woongelegenheden. De belastingplichtige meldt de voltooiing aan de administratie.
§4. Een gebouw of een woning waarvoor, door de bevoegde overheid, een goedgekeurd onteigeningsplan werd vastgesteld of waar het gebouw of de woning geen voorwerp meer kan uitmaken van een omgevingsvergunning omdat een voorlopig onteigeningsplan is vastgesteld, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op datum van het voorlopig of goedgekeurd onteigeningsplan. De belastingplichtige meldt het onteigeningsplan aan de administratie.
§5. Een gebouw of een woning, dat zonevreemd is, volgens het geldende ruimtelijke ordeningsplan, én opgenomen werd in het verwaarlozingsregister, wordt geschrapt uit het leegstandsregister op de opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§6. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en vraagt indien nodig bijkomende gegevens op of voert een feitenonderzoek ter plaatste uit. Als de toegang tot een gebouw of een woning wordt geweigerd of verhinderd voor het feitenonderzoek, wordt de schrapping geweigerd. De administratie neemt een beslissing binnen een termijn van negentig dagen na de ontvangst van het verzoek. Deze termijn geldt als een termijn van orde. De administratie kan een uitspraak over de schrapping doen na het verstrijken van de termijn.
De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Artikel 6. Beroepsprocedure
§1. Op straffe van onontvankelijkheid kan uitsluitend een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname of de beslissing rond de schrapping in het leegstandsregister binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4 en 5, met een ondertekend beroepschrift dat per beveiligde zending wordt betekend en minstens volgende gegevens bevat:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. Het vervangend beroepschrift moet op straffe van onontvankelijkheid voldoen aan dezelfde vereisten als vermeld in §1.
§3. De beroepsinstantie onderzoekt eerst de ontvankelijkheid van het beroep. Enkel ontvankelijke beroepen worden inhoudelijk beoordeeld op hun gegrondheid.
De beoordeling van de gegrondheid gebeurt op basis van de stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door de administratie. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§4. De beroepsinstantie doet bij wijze van beslissingen uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. Deze termijn geldt als een termijn van orde. De beroepsinstantie blijft bevoegd om uitspraak te doen na het verstrijken van de termijn, tenzij anders bepaald. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van het beroep.
HOOFDSTUK 3 - LEEGSTANDSBELASTING
Artikel 7. Belasting op leegstaande gebouwen en woningen
§1 Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de gebouwen en woningen die opgenomen in het leegstandsregister, omschreven in artikel 1.
§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw, is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat dat gebouw of die woning gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Artikel 8. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht stelt de instrumenterende ambtenaar de verkrijger van het zakelijk recht er voorafgaandelijk van in kennis dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister.
§4. De overdrager van het zakelijk recht stelt de administratie binnen twee maanden na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte in kennis van de overdracht, de datum ervan, en de identiteitsgegevens van de nieuwe zakelijk gerechtigde via beveiligde zending. Dit kan aan de hand van de notariële akte of een door de notaris ondertekende melding van verkoop.
Het document bevat minstens de volgende gegevens:
Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van paragraaf 1, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 9. Tarief van de belasting
§1. De belasting bedraagt 1.500,00 euro voor een leegstaand gebouw of een leegstaande woning.
De belasting wordt vermenigvuldigd met 1,5 per bijkomende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat. De vermenigvuldigingstermijn bedraagt maximum 4 bijkomende termijnen van twaalf maanden.
§2. Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of een woning in het leegstandsregister staat, én het aantal vrijstellingen dat kan worden toegekend, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht over het gebouw of de woning, tenzij de overdracht één van volgende betreft;
1° de overdracht aan een rechtspersoon die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt
2° de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel
Artikel 10. Vrijstelling van leegstandsbelasting
§1. De houder van het zakelijk recht kan een vrijstelling van een aanslagjaar aanvragen, vermeld in artikel 10, §3.
§2. Een vrijstelling van de belasting voor een aanslagjaar kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie, echter vóór de verjaardag van de opnamedatum in dat aanslagjaar en wanneer vervolgens geen nieuwe termijn van twaalf maanden is aangebroken. Indien een aanvraag tot vrijstelling voor dat aanslagjaar laattijdig wordt ingediend, kan een behandeling vóór invordering van de belasting bij wege van kohier niet gegarandeerd worden. In voorkomend geval kan de houder van het zakelijk recht wel nog een bezwaar tegen de belasting indienen volgens de bepalingen in artikel 12.
Een vrijstelling van belasting dient per aanslagjaar te worden aangevraagd ongeacht of de vrijstelling meerdere aanslagjaren kan worden verkregen.
De aanvraag van een vrijstelling moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van de aanvraag wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of de houder van het zakelijk recht in aanmerking komt voor de vrijstelling van het betreffende aanslagjaar en vraagt indien nodig bijkomende gegevens op of voert een feitenonderzoek ter plaatste uit. Als de toegang tot een gebouw of een woning wordt geweigerd of verhinderd voor het feitenonderzoek, wordt de vrijstelling niet behandeld.
De administratie maakt een advies op over de aanvraag vrijstelling aan het college van burgemeester en schepenen.
§3. Van de leegstandsbelasting kunnen vrijgesteld worden;
1° de belastingplichtige, die na de opnamedatum, sinds minder dan één jaar, een zakelijk recht heeft verkregen over de woning of het gebouw, en dat voor één aanslagjaar dat volgt op de volledige overdracht van het gebouw of de woning
De vrijstelling geldt niet voor:
2° de belastingplichtige, die als laatste de woning gebruikte als hoofdverblijfplaats, én die meer dan twaalf maanden aaneensluitend verblijft of permanent verblijft in een erkende ouderenvoorziening of meer dan twaalf maanden aaneensluitend verblijft in een ziekenhuis of psychiatrische- of penitentiaire instelling, en dat voor drie aanslagjaren
3° de belastingplichtige, waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd door een gerechtelijke beslissing, en dat voor drie aanslagjaren tot maximaal drie jaar na de opheffing van de gerechtelijke beslissing tot beperking van de handelingsbekwaamheid
4° de belastingplichtige, van wie het leegstaand gebouw of de leegstaande woning op basis van een decreet beschermd is als monument, of opgenomen is op een bij besluit vastgesteld ontwerp van lijst tot bescherming als monument, en dat voor maximaal tien aanslagjaren
5° de belastingplichtige, van wie het leegstaand gebouw of de leegstaande woning te koop of te huur wordt aangeboden na de opnamedatum in het leegstandsregister en op voorwaarde dat het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop” niet als indicatie van de leegstand volgens artikel 3, §3 bij de opname werd aangehaald, en dat voor één aanslagjaar vanaf het moment dat het gebouw of de woning te koop of te huur wordt aangeboden. De belastingplichtige bewijst dit aan de hand van de nodige publiciteitsstukken of aan de hand van de overeenkomst met de notaris of vastgoedmakelaar.
6° de belastingplichtige, van wie het leegstaand gebouw of de leegstaande woning voorwerp is van een aanvraag tot omgevingsvergunning, en dat voor één aanslagjaar
7° de belastingplichtige, van wie het leegstaand gebouw of de leegstaande woning verbouwd of gerenoveerd of gesloopt wordt volgens een niet vervallen omgevingsvergunning, én een gedetailleerd tijdsschema wordt toegevoegd van wanneer welke werken worden uitgevoerd, en dat voor één aanslagjaar volgend op het uitvoerbaar worden van de vergunning waarin de werken overeenkomend het aangeleverde tijdsschema worden uitgevoerd
De belastingplichtige kan aansluitend een tweede aanslagjaar vrijgesteld worden, als hij aantoont in de aanvraag dat in het jaar voorafgaand aan de aanvraag vooruitgang in de renovatiewerken volgens de omgevingsvergunning is geboekt.
De belastingplichtige kan voor zowel de oorspronkelijke aanvraag als voor het bewijzen van de vooruitgang stavingstukken gebruiken zoals de omgevingsvergunning, foto’s, gedateerde facturen, bestelbonnen op het adres van het gebouw of de woning waarop de aanvraag betrekking heeft.
8° de belastingplichtige, van wie het leegstaand gebouw of de leegstaande woning grondig gerenoveerd wordt, én de aard van de renovatiewerken niet vergunningplichtig zijn, op voorwaarde dat een gedetailleerde renovatienota wordt ingediend, en dat voor één aanslagjaar waarin de renovatie wordt uitgevoerd
De renovatienota bestaat uit:
De belastingplichtige kan aansluitend een tweede en een derde aanslagjaar vrijgesteld worden, als hij aantoont in de aanvraag dat in het jaar voorafgaand aan de aanvraag vooruitgang in de renovatiewerken is geboekt.
De belastingplichtige kan voor zowel de oorspronkelijke aanvraag als voor het bewijzen van de vooruitgang stavingstukken gebruiken zoals foto’s, gedateerde facturen, aankoop- en bestelbonnen op het adres van het gebouw of de woning waarop de aanvraag betrekking heeft.
9° de belastingplichtige, die aantoont dat hij geen einde aan de leegstand kan maken wegens een situatie van overmacht, die de houder van het zakelijk recht niet kan worden toegerekend. Het college van burgemeester en schepenen beslist het maximaal aantal aanslagjaren dat voor elke overmachtsituatie kan worden toegekend.
§ 4. Een vrijstelling voor een aanslagjaar betekent dat deze periode, de termijn van de vrijstelling, niet in rekening wordt gebracht voor het aantal termijnen van twaalf maanden dat gehanteerd wordt voor de berekening van de vermeerdering per bijkomende periode van twaalf maanden dat het gebouw of de woning leeg staat.
§ 5. Als er meerdere houders van een zakelijk recht zijn van een gebouw of woning en aan één van de houders van het zakelijk recht een vrijstelling wordt toegekend, geldt de vrijstelling voor alle houders van het zakelijk recht.
§6. Een houder van het zakelijk recht kan maar éénmalig voor het maximaal aantal aanslagjaren vrijstelling van leegstandsbelasting verkrijgen voor dat gebouw of die woning per categorie en dit impliceert dus niet dat in geval eenzelfde situatie zich meermaals voordoet er telkens voor het maximaal aantal aanslagjaren vrijstelling kan worden aangevraagd.
Artikel 11. Inkohiering
De belasting voor een aanslagjaar wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen in het jaar volgend op het aanslagjaar en ten laatste op 30 juni. Het aanslagbiljet wordt verzonden per gewone post.
Artikel 12. Bezwaar
§1. De houder van het zakelijk recht of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, per beveiligde zending, binnen de negentig dagen, ingaand de derde werkdag volgend op het verzenden van het aanslagbiljet.
In geval er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, dient elke houder van het zakelijk recht een bezwaar in te dienen, al dan niet gelijktijdig of in éénzelfde aanvraag. Het college van burgemeester en schepenen zal enkel het bezwaar van de indiener behandelen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Als datum van het bezwaar wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
HOOFDSTUK 4 – BEKENDMAKING EN INWERKINGTREDING
Artikel 13: Bekendmaking en inwerkingtreding
§1. Dit reglement wordt bekendgemaakt op de webtoepassing van de gemeente, met vermelding van zowel de datum waarop het werd aangenomen als de datum waarop het op de webtoepassing bekendgemaakt werd.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement op de webtoepassing van de gemeente.
§2. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het reglement op de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 30 januari 2017.
Gebouwen en woningen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
In het licht van het doel van het belastingreglement blijven de vrijstellingen die beperkt zijn in de tijd en die reeds werden verleend op grond van het belastingreglement op de leegstand van gebouwen en/of woningen, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 30 december 2019, behouden. De termijn waarvoor zij reeds verleend zijn, wordt meegerekend voor een eventuele bijkomende vrijstelling op basis van onderhavig reglement.
De tarieven voor de belasting gelden vanaf aanslagjaar 2026.