Terug
Gepubliceerd op 30/12/2025

Besluit  Gemeenteraad

ma 29/12/2025 - 20:00

Opcentiemen op de door het Vlaams Gewest geheven heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten

Aanwezig: Jonas Michiels, Voorzitter
Marc Wijnants, Burgemeester
Linda Verdeyen, Andy Vandevelde, Sandra Schoovaerts, Patrick Poffé, Schepenen
Martine Jacobs, Stef Goris, Ludo Pluymers, Bettina Sandermans, Kim Soetaers, Patrick Niclaes, Kris Schuyten, Wim Grauwels, Erna Arron, Tibo Bergé, Ellen Vanherwegen, Gemeenteraadsleden
Rina Janssens, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Helga Delvaux, Joeri Dewelde, Gemeenteraadsleden
Juridische overwegingen
  • Grondwet, in het bijzonder artikel 170, §4
  • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
  • Decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten
  • Decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting
    1996
  • Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, in het bijzonder artikelen 2.6.1.0.1 tot en met 2.6.7.7.1 en artikel 3.1.0.0.4
  • Vlaamse Codex Wonen van 2021
  • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en latere wijzigingen
  • Wetboek van de inkomstenbelastingen van 10 april 1992, in het bijzonder artikel 464/1
Feiten, context en argumenten

Leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten moet worden bestreden om verval tegen te gaan. Langdurige leegstand en verwaarlozing tasten de onmiddellijke omgeving aan en dragen bij tot het elders aansnijden van nog onbebouwde ruimte. Het hergebruiken van deze onbenutte ruimten is dus een belangrijke opgave om duurzame ruimtelijke ontwikkeling te bevorderen.

Hier wil de Vlaamse overheid iets aan doen. Het kader voor deze acties wordt geboden door het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten en de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. Voor leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten wordt er een jaarlijkse heffing ingevoerd vanaf het kalenderjaar dat volgt op de derde opeenvolgende registratie in de inventaris, zijnde het aanslagjaar.  De heffing komt ten laste van diegene die op 1 januari van het aanslagjaar houder van het zakelijk recht is.

Overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juli 1997 tot uitvoering van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en/of verwaarlozing van bedrijfsruimten, dient elke gemeente ieder kalenderjaar een gemeentelijke lijst op te stellen van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten die op haar grondgebied zijn gelegen.

Een bedrijfsruimte is de verzameling van alle percelen waarop zich minstens één bedrijfsgebouw bevindt, als één geheel te beschouwen en die toebehoren aan dezelfde eigenaar. Deze verzameling heeft een minimale oppervlakte van 5 aren. Uitgesloten is het perceel waarop zich een bedrijfsgebouw bevindt waarin de woning van de eigenaar een niet afsplitsbaar onderdeel uitmaakt en dat nog effectief benut wordt als verblijfplaats.

Ter bestrijding van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten is het bovendien gerechtvaardigd om daarbovenop ten voordele van de gemeente, opcentiemen te heffen op de gewestelijke heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente, ingevoerd door het decreet van 22 december 1995 betreffende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, en overgenomen door het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, zoals gewijzigd.

De gemeente kan een beroep doen op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze gemeentelijke opcentiemen.

Besluit

Artikel 1. Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 worden, ten voordele van de gemeente Linter, 100 opcentiemen geheven op de gewestelijke heffing op leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten op het grondgebied van de gemeente Linter. 

Artikel 2. De gemeente Linter doet een beroep op de medewerking van de Vlaamse Belastingdienst voor de inning van deze gemeentelijke opcentiemen.

Artikel 3. Een afschrift van dit besluit wordt aan de Vlaamse Belastingdienst toegezonden.