Terug
Gepubliceerd op 01/04/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 30/03/2026 - 19:30 raadzaal
Aanwezig: Jonas Michiels, Voorzitter
Marc Wijnants, Burgemeester
Linda Verdeyen, Andy Vandevelde, Sandra Schoovaerts, Patrick Poffé, Schepenen
Helga Delvaux, Martine Jacobs, Stef Goris, Ludo Pluymers, Joeri Dewelde, Kim Soetaers, Kris Schuyten, Wim Grauwels, Erna Arron, Tibo Bergé, Ellen Vanherwegen, Gemeenteraadsleden
Rina Janssens, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Bettina Sandermans, Patrick Niclaes, Gemeenteraadsleden
  • Openbaar

    • Interne zaken

      • Secretariaat

        • Notulen en audioverslag vorige vergadering

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 32, 277 §1 en 278 §1
          • Besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2026 betreffende het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
          Feiten, context en argumenten

          De notulen en het audioverslag van de vergadering van de gemeenteraad 23 februari 2026 werden acht dagen vóór de vergadering van de gemeenteraad ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden.

          Elk lid van de gemeenteraad heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

          Besluit

          Enig artikel. De gemeenteraad keurt de notulen van 23 februari 2026 goed en neemt kennis van het audioverslag.

        • Kennisname van de beslissing van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 19 maart 2026 met betrekking tot de klacht over toepassing retributiereglement en dienstverlening in het algemeen

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40, 41 en 330 tot en met 334
          • Besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 19 maart 2026 met betrekking tot klacht over toepassing retributiereglement en dienstverlening in het algemeen
          Feiten, context en argumenten

          Bij de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant werd door xx een klacht ingediend met betrekking tot de klacht over toepassing retributiereglement en dienstverlening in het algemeen.

          Bij schrijven van 19 maart 2026 deelt de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant mee dat hij op basis van het onderzoek van deze klacht hij tot de conclusie komt dat hij niet bevoegd is om tussen te komen in dit dossier. 

          Artikel 333 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur bepaalt dat de toezichthoudende overheid de betrokken gemeenteoverheid op de hoogte brengt van haar definitieve antwoord aan de indiener van de klacht. Deze mededeling wordt ter kennis gebracht op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad.

          Besluit

          Enig artikel. De raad neemt kennis van het besluit van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant van 19 maart 2026 met betrekking tot de klacht over toepassing retributiereglement en dienstverlening in het algemeen waarbij hij op basis van het onderzoek van deze klacht hij tot de conclusie komt dat hij niet bevoegd is om tussen te komen in dit dossier. 

      • Personeel en organisatie

        • Algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikels 40, 41, 217, 218, 219 en 220
          • Auditdecreet van 5 juli 2013
          Feiten, context en argumenten

          Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur definieert organisatiebeheersing als het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat het lokaal bestuur als organisatie:

          • de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;
          • wetgeving en procedures naleeft;
          • over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;
          • op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;
          • de activa beschermt en fraude voorkomt.

          Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.

          Het organisatiebeheersingssysteem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten.

          Het organisatiebeheersingssysteem wordt vastgesteld door de algemeen directeur, na overleg met het managementteam. Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.

          De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.

          Het kader voor organisatiebeheersing fungeert als een raamwerk voor alle initiatieven en rapporteringen op het gebied van organisatiebeheersing. Het beschrijft:

          • het regelgevend kader;
          • de reikwijdte van ons organisatiebeheersingssysteem;
          • het model waarop we ons baseren;
          • de aanpak van risico’s, inclusief de beoordeling ervan, het bepalen van prioriteiten en het treffen van beheersmaatregelen;
          • de rapportering en de periodieke opvolging.

          Een degelijk kader voor organisatiebeheersing moet de organisatie meer zekerheid bieden dat risico’s systematisch en volgehouden worden aangepakt.

          Het managementteam besprak op 10 februari 2026 het kader van het organisatiebeheersingssysteem.

          Het ontwerp van kader van het organisatiebeheersingssysteem werd besproken op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid, Financiën, Sociale Zaken, Onderwijs en Vrije Tijd van 16 maart 2026.

          Besluit

          Enig artikel. De raad hecht zijn goedkeuring aan het algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem.

        • Vervanging van de algemeen directeur bij afwezigheid of verhindering

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 166 en 175
          Feiten, context en argumenten

          De gemeenteraad regelt de vervanging van de algemeen directeur bij afwezigheid of verhindering.

          Om de continuïteit van de werking van het lokaal bestuur te waarborgen bij afwezigheid of verhindering van de algemeen directeur is het aangewezen een regeling uit te werken voor de vervanging van de algemeen directeur.

          In samenspraak met de algemeen directeur stelt het college van burgemeester en schepenen voor om te werken met een lijst van waarnemers met een vaste volgorde. In achtereenvolgende rangorde worden volgende waarnemers voorgesteld: 

          1. Maaike SIAENS
          2. Nicky MARTENS
          3. Dirk SCHOLLEN

          De waarnemend algemeen directeur oefent alle bevoegdheden uit die aan het ambt van algemeen directeur verbonden zijn. De waarnemend algemeen directeur staat ten dienste van zowel de gemeente als van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient.

          Besluit

          Artikel 1. Volgende personeelsleden worden in de hieronder aangegeven volgorde aangeduid als waarnemend algemeen directeur in geval van afwezigheid of verhindering van de algemeen directeur, en dit voor de duur van de afwezigheid of verhindering:

          1. Maaike SIAENS
          2. Nicky MARTENS
          3. Dirk SCHOLLEN

          Artikel 2. De waarnemers zijn automatisch aangeduid op basis van de volgorde opgenomen in artikel 1 van dit besluit. In geval van afwezigheid of verhindering van iemand is het steeds de volgende in de rij die de functie waarneemt, en dit voor de duur van de afwezigheid of verhindering van de voorgaande.

          Artikel 3. Het besluit van de gemeenteraad van 27 januari 2025 houdende de vastlegging van de regels inzake vervanging van de algemeen directeur bij afwezigheid of verhindering wordt opgeheven.

          Artikel 4. Dit besluit treedt onmiddellijk in werking.

          Artikel 5. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de algemeen directeur en de betrokken personeelsleden vermeld in artikel 1 van dit besluit.

    • Financiën

      • Belastingen en retributies

        • Retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 40 en 41
          • Omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
          • Besluit van de gemeenteraad van 29 januari 2024 houdende houdende het retributiereglement op de diensten van de gemeentelijke openbare bibliotheek
          Feiten, context en argumenten

          De gemeenteraad heeft in zitting van 29 januari 2024 het retributiereglement op de diensten van de gemeentelijke openbare bibliotheek vastgesteld.

          Het retributiereglement op de diensten van de gemeentelijke openbare bibliotheek heeft tot doel een deel van de kosten te recupereren die gepaard gaan met het organiseren van een openbare bibliotheek.

          De gemeenten Geetbets, Kortenaken, Linter en Zoutleeuw hebben afspraken gemaakt op vlak van de tarieven, aangezien ze samen deel uitmaken van het Eengemaakt Bibliotheeksysteem (EBS).

          Het is wenselijk de retributie voor het Interbibliothecair leenverkeer (IBL) te verhogen aangezien de gevraagde retributie aanzienlijk lager is dan de werkelijke kostprijs (8 euro). Daarnaast is het wenselijk om een gratis lidmaatschap voor de inwoners van de eigen gemeente toe te voegen aan het retributiereglement.

          Hiertoe dient het retributiereglement aangepast te worden.

          Conform artikel 40 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur is de gemeenteraad bevoegd voor het vaststellen van retributiereglementen.

          Besluit

          Artikel 1. Het besluit van de gemeenteraad van 29 januari 2024 houdende het retributiereglement op de diensten van de gemeentelijke openbare bibliotheek wordt met ingang van 1 april 2026 opgeheven.

          Artikel 2. Met ingang van 1 april 2026 wordt ten behoeve van de gemeente Linter een retributie inzake de plaatselijke openbare bibliotheek gevestigd.

          Artikel 3. De retributie wordt als volgt vastgesteld:

          Jaarlijkse bijdrage lidmaatschap

          • Personen jonger dan 18 jaar: gratis
          • Personen van 18 tot en met 64 jaar: 5 euro
          • Personen vanaf 65 jaar: gratis
          • Leerkrachten, studenten, inwoners van gemeente Linter en houders van EDC-kaart: gratis

          Lenen van materialen: gratis

          Boete bij overschrijden uitleentermijn

          • per week per materiaal: 0,30 euro
          • gewone aanmaningsbrief: kost postzegel
          • aangetekende aanmaningsbrief: kost aangetekende zending

          Diensten

          • Reservatie: gratis
          • Nieuwe lidkaart bij diefstal, verlies of beschadig: 2 euro
          • Interbibliothecair leenverkeer (IBL): 5 euro 
          • Interbibliothecair leenverkeer (IBL) voor studenten: 2 euro
          • Fotokopie / afdruk zwartwit A4: 0,20 euro/stuk
          • Koffie: 0,50 euro

          Artikel 4. De retributie is verschuldigd door de aanvrager en is contant of via payconiq betaalbaar.

          Artikel 5. Bij niet-betaling wordt de retributie overeenkomstig artikel 177 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur of via burgerrechtelijke weg ingevorderd.

    • Omgeving en Wonen

      • Omgeving

        • Beleidsplan Omgevingshandhaving 2026-2031

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 40, 41, 217, 218, 219 en 220
          • Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning
          • Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2025 over de omgevingshandhaving
          Feiten, context en argumenten

          De gemeente Linter heeft in haar meerjarenplan 2026‑2031 vastgelegd dat zij inzet op leefbare, duurzame en veilige dorpen met aandacht voor een kwalitatief openbaar domein, klimaatbestendigheid, veiligheid en een doordacht woonbeleid.

          Het beleidsplan Omgevingshandhaving 2026‑2031 vormt een noodzakelijke uitwerking van deze strategische keuzes en geeft richting aan de lokale uitvoering van toezicht en handhaving binnen de domeinen stedenbouw en milieu.

          Het beleidsplan bouwt verder op de decretale verplichtingen in het omgevingsrecht en houdt rekening met het nieuwe Kaderdecreet Vlaamse Handhaving dat vanaf 1 april 2026 de lokale procedures, rollen en instrumenten vastlegt.  

          Door de beperkte capaciteit waarover de gemeente beschikt is een gericht en proportioneel handhavingsbeleid essentieel. Het plan omschrijft daarom duidelijke prioriteiten zoals de naleving van bijzondere vergunningsvoorwaarden, het vermijden van ongeoorloofde reliëfwijzigingen, het tegengaan van onrechtmatige bijkomende woongelegenheden, het voorkomen van bodem- en watergerelateerde risico’s en het bestrijden van zwerfvuil en sluikstorten. Deze keuzes zijn gebaseerd op hun ruimtelijke impact, hun effecten op leefbaarheid en volksgezondheid en hun relevantie voor de strategische doelstellingen van de gemeente. De prioriteiten zorgen ervoor dat handhaving niet louter klachtgestuurd gebeurt maar planmatig en transparant.

          Het beleidsplan beschrijft een combinatie van proactieve en reactieve handhaving waarbij minstens 25% van de beschikbare tijd proactief wordt ingezet en verduidelijkt hoe toezicht, waarschuwingen, verslagen van vaststelling, processen‑verbaal en herstelmaatregelen worden ingezet.

          De stappen binnen het handhavingstraject sluiten aan bij de formele verwachtingen die Vlaams beleid stelt aan lokale handhaving en aan de manier waarop handhavingsprocessen moeten worden opgebouwd binnen een gemeentelijk beleidskader.

          Daarnaast benadrukt het plan de samenwerking met relevante partners zoals Interleuven, gewestelijke inspectiediensten, de politiezone en waar nodig het ARIEC Vlaams‑Brabant voor dossiers met een verhoogd risico.

          Met het afgebakende beleidsplan omgevingshandhaving werkt de gemeente Linter naar een helder, uitvoerbaar en toekomstgericht kader waarmee de gemeente rechtszekerheid biedt aan burgers en ondernemers en tegelijk haar leefomgeving beschermt op een efficiënte, proportionele en transparante manier.

          Besluit

          Artikel 1. De raad hecht zijn goedkeuring aan het gemeentelijk beleidsplan omgevingshandhaving 2026‑2031.

          Artikel 2. Het gemeentelijk beleidsplan omgevingshandhaving 2026‑2031 wordt ter kennis gegeven aan de betrokken instanties (Parket, PZ Getavallei, Omgeving Vlaanderen, ...).

    • Leven en welzijn

      • Kinderopvang

        • Erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA)

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40 en 41
          • Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten
          • Besluit van de Vlaamse regering van 9 juli 2021 tot uitvoering van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten
          • Besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2026 met betrekking tot het reglement inzake het lokaal samenwerkingsverband BOA (LSV BOA)
          Feiten, context en argumenten

          Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA-decreet) geeft het lokaal bestuur de regierol om samen met alle lokale spelers een geïntegreerd aanbod aan buitenschoolse opvang en activiteiten te ontwikkelen. Dit houdt in dat kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen krijgen, ouders werk, opleiding en gezin vlot kunnen combineren en dat het aanbod voor alle kinderen toegankelijk en betaalbaar is.

          Het lokaal bestuur Linter start op 1 september 2026 met de uitrol van het BOA-decreet.

          De BOA-regelgeving verwacht dat het lokaal bestuur een lokaal erkenningskader uitwerkt op basis waarvan het lokaal bestuur het aanbod al dan niet erkent. De erkenning is een voorwaarde voor in aanmerking te komen voor het ontvangen van BOA-subsidies.

          Het lokaal samenwerkingsverband buitenschoolse opvang en activiteiten bracht op 16 maart 2026 advies uit over het ontwerp van erkenningskader.

          Besluit

          Enig artikel. De raad hecht zijn goedkeuring aan het erkenningskader buitenschoolse opvang en vrijetijdswerking, dat als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit.

        • Leidraad marktbevraging inzake de organisatie van de buitenschoolse kinderopvang

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 41 en 41
          • Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten
          • Besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2026 inzake het erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA)
          Feiten, context en argumenten

          Vanaf 1 september 2026 zal de het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten in uitvoering gaan. Hierdoor bekomt het lokaal bestuur de regierol en wordt het lokaal bestuur verantwoordelijk voor de subsidiëring.

          Buitenschoolse opvang en activiteiten dient het algemeen belang, wat maakt dat BOA onder de DAEB regelgeving (diensten van algemeen economisch belang) valt en niet onder de regels van overheidsopdrachten. De beginselen van behoorlijk bestuur blijven de basis voor een goede aanpak.

          De gemeenteraad hechtte in zitting van 28 april 2014 zijn goedkeuring aan een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Linter en Landelijke Kinderopvang vzw voor de organisatie van het initiatief buitenschoolse kinderopvang.

          In het kader van behoorlijk bestuur en met het oog op de toekenning van een BOA-subsidie aan een organisator van de buitenschoolse kinderopvang is het noodzakelijk een marktbevraging te organiseren om een partner aan te duiden dewelke met ingang van 1 september 2026 zal instaan voor de organisatie van de buitenschoolse kinderopvang.

          Het is wenselijk een leidraad voor de marktbevraging vast te stellen dewelke de eisen en voorwaarden omschrijft waaraan opvang moet voldoen en de basis vormt van de afspraken die zullen gemaakt worden tussen de gemeente Linter en de organisator buitenschoolse kinderopvang. Tevens dient zij als leidraad voor kandidaat organisatoren om de prijs en scope van de opdracht te kunnen bepalen.

          Besluit

          Enig artikel. De raad hecht zijn goedkeuring aan de leidraad voor de marktbevraging inzake de organisatie van de buitenschoolse kinderopvang.

    • Openbare orde, rust en veiligheid

      • Verkeersveiligheid

        • Gemeentelijk aanvullend politiereglement op het wegverkeer - Grote Steenweg 115 - Oversteekplaats voor voetgangers

          Juridische overwegingen
          • Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, inzonderheid de artikelen 119 en 130bis
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 286 en titel 7 over het bestuurlijk toezicht
          • Wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968
          • Koninklijk besluit van 1 december 1975 inzake het algemeen reglement van de politie op het wegverkeer
          • Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
          • Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens
          • Omzendbrief van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer
          Feiten, context en argumenten

          Het is wenselijk een oversteekplaats voor voetgangers te voorzien in de Grote Steenweg ter hoogte van huisnummer 115. De aan te legen oversteekplaats bevindt zich in de omgeving van een halte voor openbaar vervoer.

          Het voorstel werd besproken op het mobiliteitsoverleg van 6 februari 2026.

          Het voorstel komt de verkeersveiligheid ten goede.

          De maatregel betreft een gemeenteweg.

          Het is noodzakelijk hiervoor een gemeentelijk aanvullend politiereglement goed te keuren.

          Het gemeentelijk aanvullend politiereglement dient ter kennisgeving worden overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.

          Besluit

          Artikel 1. Ter hoogte van huisnummer 115 op de Grote Steenweg wordt een oversteekplaats voor voetgangers ingericht in de vorm van een zebrapad. Dit zebrapad zal worden uitgevoerd in witte belijning volgens de afmetingen omschreven in de Code voor wegbeheerders en gesignaleerd met de borden F49 ter hoogte van het zebrapad.

          Artikel 2. Deze verordening wordt voor kennisgeving overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.

        • Gemeentelijk aanvullend politiereglement op het wegverkeer - Parkeerverbod in de 3e Regt. Lansiersstraat

          Juridische overwegingen
          • Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, inzonderheid de artikelen 119 en 130bis
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 286 en titel 7 over het bestuurlijk toezicht
          • Wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968
          • Koninklijk besluit van 1 december 1975 inzake het algemeen reglement van de politie op het wegverkeer
          • Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
          • Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens
          • Omzendbrief van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer
          Feiten, context en argumenten

          Er wordt vastgesteld dat parkeren in de 3e Regt. Lansiersstraat, ter hoogte van huisnummer 31, de uitrit van omwoners verhindert.

          Er wordt voorgesteld om een parkeerverbod in te voeren in de 3e Regt. Lansiersstraat ter hoogte van huisnummer 31 over een lengte van 6 meter.

          Het voorstel komt de verkeersveiligheid ten goede.

          De maatregel betreft een gemeenteweg.

          Het is noodzakelijk hiervoor een gemeentelijk aanvullend politiereglement goed te keuren.

          Het gemeentelijk aanvullend politiereglement dient ter kennisgeving worden overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.

          Besluit

          Artikel 1. Er geldt een parkeerverbod in de 3e Regt. Lansiersstraat ter hoogte van nr 31. Deze wordt gesignaleerd door een onderbroken gele lijn op de borduursteen over een lengte van 6 meter.

          Artikel 2. Deze verordening wordt ter kennisgeving overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.

        • Gemeentelijk aanvullend politiereglement op het wegverkeer - Snelheidsremmer in de Papenstraat

          Juridische overwegingen
          • Nieuwe Gemeentewet van 24 juni 1988, inzonderheid de artikelen 119 en 130bis
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 286 en titel 7 over het bestuurlijk toezicht
          • Wet betreffende de politie op het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968
          • Koninklijk besluit van 1 december 1975 inzake het algemeen reglement van de politie op het wegverkeer
          • Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
          • Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen en de plaatsing en bekostiging van verkeerstekens
          • Omzendbrief van 3 april 2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer
          Feiten, context en argumenten

          Naar aanleiding van meldingen van sluipverkeer en overdreven snelheid in de Papenstraat in het wenselijk om in de Papenstraat (begin bebouwde kom) verkeersremmende maatregelen te voorzien. Er wordt op deze locatie geopteerd een verkeerskussen te plaatsen.

          Het voorstel werd besproken op het mobiliteitsoverleg van 6 februari 2026.

          Het voorstel komt de verkeersveiligheid ten goede.

          De maatregel betreft een gemeenteweg.

          Het is noodzakelijk hiervoor een gemeentelijk aanvullend politiereglement goed te keuren.

          Het gemeentelijk aanvullend politiereglement dient ter kennisgeving worden overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.

          Besluit

          Artikel 1. Er wordt in de Papenstraat, in het noordelijke deel (begin bebouwde kom), een snelheidsremmer in de vorm van een verkeerskussen geplaatst. Deze drempel wordt gesignaleerd met borden F87.

          Artikel 2. Dit reglement treedt in werking op 15 augustus 2026. 

          Artikel 3. Deze verordening wordt voor kennisgeving overgemaakt aan het Vlaams Huis voor de Verkeersveiligheid.

    • Agendapunten PRO Linter-fractie

      • Bijkomende punten PRO Linter

        • Transparante signalisatie van trajectcontroles op het grondgebied van Linter.

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 21.
          Feiten, context en argumenten

          Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.

          Via mail van 24 maart 2026 verzocht raadslid Stef GORIS, om namens de PRO Linter-fractie, volgend punt, ingediend door raadsleden Stef GORIS en Martine JACOBS toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad:

          Transparante signalisatie van trajectcontroles op het grondgebied van Linter

          De Vlaamse regering heeft recent, via een omzendbrief van de bevoegde ministers, de regels voor nieuwe trajectcontroles aangescherpt. Deze maatregelen beogen een einde te maken aan trajectcontroles als verdienmodel en leggen de nadruk op verkeersveiligheid als enige legitieme doelstelling, precies zoals in het verleden ook door PRO Linter regelmatig in de gemeenteraad werd bepleit.

          Zo wordt onder meer bepaald dat financieringsconstructies waarbij private partners vergoed worden op basis van het aantal vastgestelde overtredingen niet langer aanvaardbaar zijn. Eveneens dient elke trajectcontrole gebaseerd te zijn op een onderbouwde verkeersveiligheidsanalyse.

          Daarnaast is er groeiende maatschappelijke en juridische aandacht voor de correcte toepassing en transparantie van trajectcontroles. Recente rechtspraak heeft bovendien het belang onderstreept van een duidelijke en rechtsgeldige organisatie van dergelijke controles.

          In het licht van deze evoluties acht PRO Linter het essentieel dat de gemeente maximaal inzet op transparantie en duidelijkheid ten aanzien van de weggebruiker. Heldere en goed zichtbare signalisatie draagt bij tot bewust rijgedrag en verhoogt de verkeersveiligheid, wat het uiteindelijke doel van trajectcontroles moet zijn.
          Door in te zetten op duidelijke signalisatie wordt het preventieve karakter van trajectcontroles versterkt en wordt vermeden dat deze als louter sanctionerend of inkomsten-gedreven worden ervaren.  Dit sluit aan bij de nieuwe Vlaamse beleidslijn en verhoogt het draagvlak bij de bevolking, vandaar het voorstel van PRO linter

          De gemeenteraad heden in zitting bijeen, beslist daarom het volgende:

          Artikel 1. Alle bestaande en toekomstige trajectcontroles op het grondgebied van Linter te voorzien van duidelijke en goed zichtbare signalisatieborden, en deze signalisatie systematisch te plaatsen zowel bij het begin als bij het einde van elke trajectcontrole.

          Artikel 2. Waar trajectcontroles uit meerdere deeltrajecten bestaan (zoals onder meer langs de Grote Steenweg in Drieslinter en Neerlinter), elk deeltraject en duidelijk aan te duiden.

          Artikel 3. Voor de keuze van de signalisatie een voorbeeld te nemen aan goede praktijken uit naburige gemeenten, zoals Landen, met als doel maximale transparantie en verkeersveiligheid. 

          Artikel 4. Elke nieuwe trajectcontrole te toetsen aan de voormelde omzendbrief van de Vlaamse regering, en de daarin voorziene voorwaarden op te nemen in de financieringsconstructies met de private partners.

          Na verschillende toelichtingen en mondelinge tussenkomsten over dit agendapunt vraagt voorzitter Michiels of er nog raadsleden het woord wensen te nemen.

          Burgemeester Wijnants dient namens Team Burgemeester tijdens de zitting een amendement in op het agendapunt. Dit amendement strekt tot het toevoegen van een bijkomend artikel aan het punt van de fractie Pro Linter: “De raad stelt vast dat het college van burgemeester en schepenen bezig is met de uitvoering van de signalisatie.”

          Vervolgens wordt gestemd over het amendement van Team Burgemeester, namelijk toevoegen van een bijkomend artikel aan het punt van de fractie PRO Linter: “De raad stelt vast dat het college van burgemeester en schepenen bezig is met de uitvoering van de signalisatie.”

          Goedgekeurd mits aanpassing met eenparigheid van stemmen.

          Daarna wordt gestemd over het geamendeerde voorstel.

          Besluit

          Artikel 1. De raad stelt vast dat het college van burgemeester en schepenen bezig is met de uitvoering van de signalisatie.

          Artikel 2. Alle bestaande en toekomstige trajectcontroles op het grondgebied van Linter te voorzien van duidelijke en goed zichtbare signalisatieborden, en deze signalisatie systematisch te plaatsen zowel bij het begin als bij het einde van elke trajectcontrole.

          Artikel 2. Waar trajectcontroles uit meerdere deeltrajecten bestaan (zoals onder meer langs de Grote Steenweg in Drieslinter en Neerlinter), elk deeltraject en duidelijk aan te duiden.

          Artikel 3. Voor de keuze van de signalisatie een voorbeeld te nemen aan goede praktijken uit naburige gemeenten, zoals Landen, met als doel maximale transparantie en verkeersveiligheid. 

          Artikel 4. Elke nieuwe trajectcontrole te toetsen aan de voormelde omzendbrief van de Vlaamse regering, en de daarin voorziene voorwaarden op te nemen in de financieringsconstructies met de private partners.

        • Monitoring van doorgaand verkeer op de N279 (Overhespenstraat-Geldenakenstraat) als voorbereiding op de geplande verkeersingrepen op de N3 (Sint-Truidensesteenweg-Eliksemstraat).

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 21.
          Feiten, context en argumenten

          Gemeenteraadsleden kunnen uiterlijk vijf dagen vóór de vergadering punten aan de agenda toevoegen. De gemeenteraadsleden bezorgen daarvoor hun toegelicht voorstel van beslissing aan de algemeen directeur, die de voorstellen bezorgt aan de voorzitter van de gemeenteraad.

          Via mail van 24 maart 2026 verzocht raadslid Stef GORIS, om namens de PRO Linter-fractie, volgend punt, ingediend door raadsleden Bettina SANDERMANS en Joeri DEWELDE toe te voegen aan de agenda van de gemeenteraad:

          Monitoring van doorgaand verkeer op de N279 (Overhespenstraat-Geldenakenstraat) als voorbereiding op de geplande verkeersingrepen op de N3 (Sint-Truidensesteenweg-Eliksemstraat)

          Het college van burgemeester en schepenen liet in februari 2026 via een bewonersbrief weten dat de plaatsing van de verkeerslichten op de N3 Sint-Truidensesteenweg, ter hoogte van de Eliksemstraat, reeds in 2026 gerealiseerd zou worden.  AWV zou over de geplande ingrepen en werkzaamheden op 10 maart 2026 een toelichting geven aan de aangeschreven bewoners.

          Tijdens de gemeenteraad van 23 februari 2026 werd door raadslid Joeri Dewelde (PRO Linter) reeds een vraag gesteld betreffende de mogelijk verkeersimpact door extra vertragingen op de N3 tijdens de ochtend- en avondspits. Vooral de N279 (Overhespenstraat-Geldenakenstraat), dat dwars door de dorpskern van Overhespen loopt, kan bij extra vertragingen als alternatieve route aangeprezen worden door o.a. navigatieapp’s. Ten gevolge hiervan kan het dagelijks doorgaand verkeer tijens de ochtend- en avondspits door de dorpskern/bebouwde kom van Overhespen toenemen. 

          Op 10 maart 2026 vond er een infomarkt plaats, ingericht door AWV, betreffende de geplande verkeersingrepen en werkzaamheden op de N3 – Sint-Truidensesteenweg, ter hoogte van het kruispunt met de Eliksemstraat (Wommersom). Onze fractie vernam intussen dat verschillende inwoners tijdens de infomarkt dezelfde bekommernis deelden omtrent mogelijks toenemend verkeer door de dorpskern van Overhespen. 

          Om een duidelijk beeld te krijgen van de werkelijke impact van de geplande werkzaamheden op de N3 is het daarom aangewezen nu reeds een uitgebreide monitoring te voorzien, bij wijze van nulmeting, van het huidig doorgaand verkeer op de N279 langsheen de dorpskern van Overhespen. Zonder een degelijke nulmeting vooraf, is het namelijk onmogelijk om de impact van de gewijzigde verkeerssituatie op een objectieve manier nadien te beoordelen.  

          De gemeenteraad heden in zitting bijeen, beslist daarom het volgende:

          Artikel 1. Het college van burgemeester en schepenen de opdracht te geven om het Agentschap Wegen & Verkeer (AWV), in het kader van de geplande werkzaamheden op de N3 Sint-Truidensesteenweg ter hoogte van het kruispunt met de Eliksemstraat (Wommersom), reeds geruime tijd voor aanvang van de werken de opdracht te geven om het huidig doorgaand verkeer tijdens de ochtend- en avondspits langsheen de N279 en de dorpskern van Overhespen in kaart te brengen, bij wijze van nulmeting. 

          Artikel 2. Reeds op voorhand mogelijke verkeersingrepen uit te werken om de dorpskern van Overhespen veilig te stellen indien effectief blijkt dat het dagelijks doorgaans verkeer toeneemt naar aanleiding van de inrichting van de betreffende verkeerslichten op de N3.

          Na verschillende toelichtingen en mondelinge tussenkomsten over dit agendapunt vraagt voorzitter Michiels of er nog raadsleden het woord wensen te nemen.

          Burgemeester Wijnants dient namens Team Burgemeester tijdens de zitting een amendement in op het agendapunt. Dit amendement beoogt de toevoeging van een bijkomend artikel aan het punt van de fractie PRO Linter: “De raad neemt kennis van de ondernomen stappen en van het feit dat met AWV en de politiezone afspraken zijn gemaakt over nulmetingen richting Eliksem en de Hekstraat.”

          Vervolgens wordt gestemd over het amendement van Team Burgemeester, met name de toevoeging van dit bijkomend artikel aan het punt van de fractie Pro Linter.

          Goedgekeurd mits aanpassing met eenparigheid van stemmen.

          Daarna wordt gestemd over het geamendeerde voorstel.

          Besluit

          Artikel 1. De raad neemt kennis van de ondernomen stappen en van het feit dat met AWV en de politiezone afspraken zijn gemaakt over nulmetingen richting Eliksem en de Hekstraat.”

          Artikel 2. Het college van burgemeester en schepenen de opdracht te geven om het Agentschap Wegen & Verkeer (AWV), in het kader van de geplande werkzaamheden op de N3 Sint-Truidensesteenweg ter hoogte van het kruispunt met de Eliksemstraat (Wommersom), reeds geruime tijd voor aanvang van de werken de opdracht te geven om het huidig doorgaand verkeer tijdens de ochtend- en avondspits langsheen de N279 en de dorpskern van Overhespen in kaart te brengen, bij wijze van nulmeting. 

          Artikel 3. Reeds op voorhand mogelijke verkeersingrepen uit te werken om de dorpskern van Overhespen veilig te stellen indien effectief blijkt dat het dagelijks doorgaans verkeer toeneemt naar aanleiding van de inrichting van de betreffende verkeerslichten op de N3.

    • Varia

      • Varia

        • Mondelinge vragen raadsleden

          Juridische overwegingen

          • Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur, in het bijzonder artikel 31
          • Besluit van de gemeenteraad dd. 28 januari 2019 houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Linter, in het bijzonder artikel 11

          Feiten, context en argumenten

          Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over
          gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de gemeenteraad staan. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord.
          Mondelinge vragen zijn vragen om uitleg of verduidelijking van aangelegenheden van gemeentelijk belang, het bestuur van de gemeente, of zaken die betrekking hebben op de taken uitgeoefend door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester. Ze mogen geen betrekking hebben op particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen. Ze mogen niet bedoeld zijn om de persoonlijke intenties van de leden van het college van burgemeester en schepenen te kennen, om een debat uit te lokken, of aanleiding te geven tot enig besluit. In geen geval wordt een uitvoerig debat over de gestelde mondelinge vraag gevoerd in de raad. Hiertoe is vereist dat het onderwerp als agendapunt is vermeld. De vragen beperken zich tot het inwinnen van informatie.

          Besluit

          Enig artikel. De raad neemt kennis van de mondelinge vragen van de raadsleden.