De notulen en het audioverslag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 23 februari 2026 werden acht dagen vóór de vergadering van de raad van maatschappelijk welzijn ter beschikking gesteld van de raadsleden.
Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
Enig artikel. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van 23 februari 2026 goed en neemt kennis van het audioverslag.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur definieert organisatiebeheersing als het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat het lokaal bestuur als organisatie:
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.
Het organisatiebeheersingssysteem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten.
Het organisatiebeheersingssysteem wordt vastgesteld door de algemeen directeur, na overleg met het managementteam. Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.
Het kader voor organisatiebeheersing fungeert als een raamwerk voor alle initiatieven en rapporteringen op het gebied van organisatiebeheersing. Het beschrijft:
Een degelijk kader voor organisatiebeheersing moet de organisatie meer zekerheid bieden dat risico’s systematisch en volgehouden worden aangepakt.
Het managementteam besprak op 10 februari 2026 het kader van het organisatiebeheersingssysteem.
Het ontwerp van kader van het organisatiebeheersingssysteem werd besproken op de gemeenteraadscommissie Algemeen Beleid, Financiën, Sociale Zaken, Onderwijs en Vrije Tijd van 16 maart 2026.
Enig artikel. De raad hecht zijn goedkeuring aan het algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem.
Het OCMW van Linter organiseert reeds geruime tijd een dienst warme maaltijden aan huis voor ouderen, zorgbehoevenden en inwoners die tijdelijk niet in staat zijn zelf een maaltijd te bereiden.
Deze dienst heeft als doel:
Voor de organisatie van deze dienst kocht het OCMW van Linter de maaltijden aan bij het OCMW van Zoutleeuw, waarna deze bij de gebruikers aan huis werden geleverd.
Het gemiddeld aantal gebruikers van de Dienst Warme Maaltijden bedraagt einde 2025 ±30 per dag. Begin 2021 bedroeg dit ± 50 per dag.
De tarieven die de gebruikers betalen voor een warme maaltijd werden vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn in zitting van 29 augustus 2023. De gemiddelde aan de gebruiker aangerekende prijs bedraagt 12,56 euro per maaltijd.
De raad voor maatschappelijk welzijn van de Stad Zoutleeuw heeft in zitting van 26 februari 2026 beslist om hun eigen dienst warme maaltijden stop te zetten. Hierdoor is het voor het OCMW van Linter niet langer mogelijk om maaltijden via deze samenwerking aan te kopen.
Deze beslissing maakt dat het huidige model waarop de dienstverlening gebaseerd is, niet langer kan worden verdergezet. Indien het OCMW maaltijden om zelf te bedelen wenst te blijven aankopen dient zij ofwel een samenwerkingsovereenkomst af te sluiten met een openbaar bestuur waar ze de maaltijden aankoopt of een overheidsopdracht te organiseren voor het aanduiden van een private partner waar ze de maaltijden kan aankopen.
Uit een analyse van het huidige landschap blijkt dat er vandaag een voldoende ruim, toegankelijk en gediversifieerd aanbod bestaat van aanbieders op de private markt die warme maaltijden aan huis leveren. Deze aanbieders spelen in op verschillende noden van gebruikers (prijs, dieetvereisten, frequentie, flexibiliteit) en zijn in staat zijn om de huidige gebruikers van de OCMW-dienst op te vangen zonder onderbreking van de dienstverlening. Hierdoor is de rol van het OCMW als organisator van deze dienstverlening minder noodzakelijk geworden dan in het verleden.
Het OCMW heeft de opdracht om zijn middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten voor de ondersteuning van kwetsbare inwoners. Wanneer een dienstverlening op een kwaliteitsvolle manier beschikbaar is via andere kanalen, kan het aangewezen zijn dat het OCMW zich meer focust op zijn kerntaken binnen het sociaal beleid.
Rekening houdend met het voorgaande is het wenselijk de Dienst Warme Maaltijden stop te zetten.
Het bestuur wil er echter voor zorgen dat gebruikers niet zonder oplossing vallen. Daarom is het wenselijk te voorzien in begeleiding van de huidige gebruikers, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbare cliënten, bij de overstap naar een geschikte aanbieder. Zo wordt erover gewaakt dat gebruikers ook in de toekomst toegang blijven hebben tot warme maaltijden aan huis.
Voor de betrokken personeelsleden van de Dienst Warme Maaltijden is het wenselijk te zoeken naar een passend alternatief binnen het lokaal bestuur, rekening houdend met de competenties van de medewerkers en de noden van de organisatie. Het bestuur streeft ernaar om deze overgang op een respectvolle en constructieve manier te organiseren.
Artikel 1. De raad hecht zijn goedkeuring aan het stopzetten van de Dienst Warme Maaltijden met ingang van 1 mei 2026, met aandacht voor een zorgzame overgang voor bestaande gebruikers en personeelsleden van de Dienst Warme Maaltijden.
Artikel 2. De huidige gebruikers van de Dienst Warme Maaltijden worden, indien ze dit wensen, met de nodige zorg ondersteund in hun overstap naar een alternatief.
Artikel 3. De personeelsleden van de Dienst Warme Maaltijden worden begeleid naar een aangepaste functie binnen het lokaal bestuur.
Artikel 4. Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 29 augustus 2023 inzake het reglement betreffende de toekenningsvoorwaarden en bijdrageberekening voor de dienst warme maaltijden wordt met ingang van 1 mei 2026 opgeheven.
Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Linter is eigenaar van een perceel grond, kadastraal gekend als Linter, 6de afdeling, sectie A, nummer 213.
De opdrachthoudende vereniging Riobra, vertegenwoordigd door Fluvius System Operator, Brusselsesteenweg 199 te 9090 Merelbeke-Melle, wenst in het kader van het project 'Riolerings- en wegeniswerken in de Bronstraat, Hekstraat en Walsbergenstraat' (R/005498) een deel van dit perceel aan te kopen, alsook een erfdienstbaarheid van doorgang te vestigen op een deel van dit perceel.
Door landmeters-experten HOSBUR werd een plan opgesteld waarop de aan te kopen zone, voor een oppervlakte van 284,65 m², is aangeduid als inname 3, en de te vestigen erfdienstbaarheid, voor een oppervlakte van 287,01 m², is aangeduid als zone 2.
Door landmeter-expert Carl BUYCKX werd op 17 februari 2025 een schattingsverslag opgesteld. De waarde van inname 3 wordt geschat op 1.425,00 euro. De waarde van de vergoeding voor waardevermindering van zone 2 wordt geschat op 1.150,00 euro.
De pachter van de grond heeft zich akkoord verklaard met de afstand van pacht.
De raad hechtte in zitting van 29 september 2025 zijn akkoord aan de overeenkomst tussen het OCMW Linter, de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra en de pachter, voor de aankoop van een perceel grond, het vestigen van erfdienstbaarheden en afstand van pacht.
Door Meester Liesbeth LERUT, notaris met standplaats te Tielt-Winge, werd een ontwerp van authentieke akte opgesteld voor de verkoop van een perceel grond, gelegen aan de Hekstraat, ter plaatse “Campagne de la Tombe”, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk A deel van nummer 0213P0000, met een oppervlakte volgens meting van 284,65m² aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra.
De verkoop gebeurt voor doeleinden van algemeen belang, m.n. de aanleg van gemeentelijke rioleringsinfrastructuur.
Artikel 1. De raad hecht zijn goedkeuring aan de ontwerpakte opgesteld door Meester Liesbeth LERUT, notaris met standplaats te Tielt-Winge, houdende de verkoop door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Linter aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Riobra, van het perceel grond, gelegen aan de Hekstraat, ter plaatse “Campagne de la Tombe”, gekadastreerd volgens recent kadastraal uittreksel wijk A deel van nummer 0213P0000, met een oppervlakte volgens meting van 284,65m², tegen de prijs van € 1.425,00 euro.
Artikel 2. De verkoop gebeurt voor doeleinden van algemeen belang, m.n. de aanleg van gemeentelijke rioleringsinfrastructuur.
Artikel 3. De heer Jonas MICHIELS, voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn, en mevrouw Rina JANSSENS, algemeen directeur, worden gemachtigd om de authentieke akte namens het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van Linter te ondertekenen.
Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over aangelegenheden van het OCMW, die niet op de agenda van de raad voor maatschappelijk welzijn staan. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord.
Mondelinge vragen zijn vragen om uitleg of verduidelijking van aangelegenheden van het OCMW, het bestuur van het OCMW, of zaken die betrekking hebben op de taken uitgeoefend door vast bureau of de voorzitter van het vast bureau. Ze mogen geen betrekking hebben op particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen. Ze mogen niet bedoeld zijn om de persoonlijke intenties van de leden van het vast bureau te kennen, om een debat uit te lokken, of aanleiding te geven tot enig besluit. In geen geval wordt een uitvoerig debat over de gestelde mondelinge vraag gevoerd in de raad. Hiertoe is vereist dat het onderwerp als agendapunt is vermeld. De vragen beperken zich tot het inwinnen van informatie.
Enig artikel. Er zijn geen mondelinge vragen van de raadsleden.
De familierechtbank van Leuven heeft op 28 november 2025 met betrekking tot de minderjarige Asmet BECIRI (° 22/12/2012) de voortdurende onmogelijkheid om het ouderlijk gezag uit te oefenen uitgesproken in hoofde van de moeder Milica BALINOVIC (°06/06/1994) en in hoofde van de wettelijke vader Denis BECIRI (°02/02/1991). De familierechtbank bepaalde tegelijkertijd dat deze toestand voor zowel de moeder als voor de wettelijke vader het verlies meebrengt van het recht op het genot bedoeld in artikel 384 van het Oud Burgerlijk Wetboek.
De organisatie van een voogdij over de minderjarige Asmet BECIRI dringt zich op.
Artikel 396, lid 1 van het Oud Burgerlijk Wetboek bepaalt dat niemand verplicht is een voogdij of een toeziende voogdij op zich te nemen. Vervolgens biedt artikel 63 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn een oplossing, in die zin dat het bepaalt dat voor iedere minderjarige over wie niemand het ouderlijk gezag, de voogdij of de materiële bewaring heeft, toevertrouwd wordt aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeente waar hij zich bevindt.
Bij beschikking van 10 februari 2026 van het Vredegerecht van het kanton Zoutleeuw beslist de plaatsvervangend rechter dat het OCMW van Linter aangewezen wordt als voogd en toeziende voogd voor de minderjarige Asmet BECIRI en verzoekt het OCMW van Linter conform artikel 396, 3de lid van het Oud Burgerlijk wetboek om binnen de 8 dagen volgend op deze aanwijzing de vrederechter in kennis te stellen van de identiteit van de voogd én toeziende voogd.
De OCMW-raad wijst in deze gevallen onder haar leden een persoon aan die de taak van de voogd zal vervullen alsook een persoon die de taak van toeziende voogd zal vervullen. Uit praktische overwegingen wordt er een OCMW-raadslid aangewezen dat deze taak op zich zal nemen gedurende de hele zittingsperiode. Er staat geen geldelijke vergoeding tegenover het opnemen van deze taak. Het is derhalve in het belang van de minderjarige om een burgerlijke voogdij te organiseren.
Het OCMW-raadslid dat als (toeziende) voogd wordt aangewezen, wordt bij het vervullen van deze taak ondersteund door de diensten van het OCMW van Linter. Indien de minderjarige goederen bezit, oefent de financieel directeur ten aanzien van die goederen dezelfde functies uit als ten aanzien van de goederen van het centrum. Als waarborg voor de voogdij geldt de zekerheid gesteld door de financieel directeur. Bij de opstart van een voogdij zal een maatschappelijk werker aangeduid worden voor de ondersteuning van de (toeziende) voogd.
De voogdij neemt een einde zodra voorzien is in een voogdij met toepassing van de regels van het Burgerlijk Wetboek, of in geval van adoptie, pleegvoogdij, erkenning of herstel van de ouders die uit het ouderlijk gezag waren ontzet, in de rechten die hun waren ontnomen.
In geval van een nieuwe legislatuur moet de raad voor maatschappelijk welzijn opnieuw een voogd en een toeziend voogd aanduiden.
Artikel 1. De raad voor maatschappelijk welzijn wijst de heer Patrick POFFÉ, lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aan als voogd voor de minderjarige Asmet BECIRI, met rijksregisternummer 12.12.22-235.352, wonende te 3350 Linter, Sint-Truidensesteenweg 190.
Artikel 2. De raad voor maatschappelijk welzijn wijst mevrouw Lida VERDEYEN, lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, aan als toeziende voogd voor de minderjarige Asmet BECIRI, met rijksregisternummer 12.12.22-235.352, wonende te 3350 Linter, Sint-Truidensesteenweg 190.
Artikel 3. De aanduiding gebeurt voor de duur van de huidige legislatuur.
Artikel 4. De voogd en toeziende voogd worden bij de uitvoering van hun opdracht ondersteund door de diensten van het OCMW van Linter.
Artikel 5. De financieel directeur staat in voor het beheer van de eventuele goederen van de minderjarige overeenkomstig de geldende regels en stelt de vereiste zekerheid.
Artikel 6. Het OCMW van Linter stelt de vrederechter binnen de wettelijk voorziene termijn in kennis van de identiteit van de aangeduide voogd en toeziende voogd.