Terug
Gepubliceerd op 03/09/2026

Notulen  Raad voor maatschappelijk welzijn

ma 31/08/2026 - 20:30 raadzaal
Aanwezig: Jonas Michiels, Voorzitter
Marc Wijnants, Burgemeester
Linda Verdeyen, Andy Vandevelde, Sandra Schoovaerts, Schepenen
Helga Delvaux, Martine Jacobs, Stef Goris, Ludo Pluymers, Bettina Sandermans, Joeri Dewelde, Kim Soetaers, Kris Schuyten, Wim Grauwels, Tibo Bergé, Ellen Vanherwegen, Leden raad voor maatschappelijk welzijn
Rina Janssens, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Patrick Poffé, Vierde schepen
Patrick Niclaes, Erna Arron, Leden raad voor maatschappelijk welzijn
  • Openbaar

    • Interne zaken

      • Secretariaat

        • Notulen en zittingsverslag van de vorige vergadering

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 32, 74, 277 §1 en 278 §1
          • Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 26 januari 2026 betreffende het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn
          Feiten, context en argumenten

          De notulen en het audioverslag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 juni 2026 werden acht dagen vóór de vergadering van de raad van maatschappelijk welzijn ter beschikking gesteld van de raadsleden.

          Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.

          Besluit

          Enig artikel. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen van 30 juni 2026 goed en neemt kennis van het audioverslag.

      • Personeel en organisatie

        • Rapportering over de organisatiebeheersing

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 78 en artikels 217 tot en met 220
          • Auditdecreet van 5 juli 2013
          • Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 maart 2026 betreffende het algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem
          Feiten, context en argumenten

          Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur definieert organisatiebeheersing als het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat het lokaal bestuur als organisatie:

          • de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;
          • wetgeving en procedures naleeft;
          • over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;
          • op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;
          • de activa beschermt en fraude voorkomt.

          Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.

          Het organisatiebeheersingssysteem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten.

          Het organisatiebeheersingssysteem wordt vastgesteld door de algemeen directeur, na overleg met het managementteam dd. 21 augustus 2026.

          Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 30 maart 2026 het algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem vastgesteld.

          De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.

          Het betreft een geïntegreerd rapport betreffende gemeente en openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

          Het rapport met betrekking tot de organisatiebeheersing wordt ter kennisgeving voorgelegd aan de raad.

          Besluit

          Enig artikel. De raad neemt kennis van het rapport met betrekking tot de organisatiebeheersing.

    • Algemeen beleid

      • Intergemeentelijke en andere samenwerkingsverbanden

        • Samenwerkingsovereenkomst met een sociaal-economie initiatief Blankedale vzw

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 77 en 78
          • Organieke wet van betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 8 juli 1976, meer bepaald artikel 60 §7
          • Wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie, artikel 36
          • Decreet van 15 juli 2016 van de Vlaamse Regering betreffende de tijdelijke werkervaring
          • Besluit van 23 december 2016 van de Vlaamse Regering betreffende de tijdelijke werkervaring
          Feiten, context en argumenten

          Een tewerkstelling overeenkomstig artikel 60 §7 is een vorm van maatschappelijke dienstverlening waarbij het OCMW een baan bezorgt aan iemand die uit de arbeidsmarkt is gestapt of gevallen, met als doel deze terug in te schakelen in het stelsel van de sociale zekerheid en in het arbeidsproces. Het OCMW is altijd de juridische werkgever. Het centrum kan de persoon in zijn eigen diensten tewerkstellen of ter beschikking stellen van een derde werkgever (= een gebruiker).

          Er wordt hierbij steeds op zoek gegaan naar een plaats van tewerkstelling, in functie van de achtergrond, ervaring en beperkingen van de cliënt. Het is dan ook belangrijk om over een gevarieerd aanbod aan beschikbare arbeidsplaatsen te beschikken voor potentiële kandidaten artikel 60§7. Per arbeidsplaats moet een algemene samenwerkingsovereenkomst worden opgemaakt. Deze regelt de samenwerking tussen beide organisaties vast inzake de ter terbeschikkingstelling van artikel 60§7. De raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor het afsluiten van deze algemene samenwerkingsovereenkomst.

          Daarnaast moet er per personeelslid, die in het kader van artikel 60§7 aan de slag gaat bij een gebruiker, een overeenkomst worden opgesteld die de modaliteiten van die specifieke tewerkstelling regelt (terbeschikkingstelling). Het vast bureau is bevoegd voor het afsluiten van deze overeenkomst.

          Aan de raad wordt voorgesteld een overeenkomst af te sluiten met het sociale economie-initiatief Blankedale vzw,  Ambachtenlaan 70 te 3300 Tienen, met ondernemingsnummer 0400.999.978.

          Besluit

          Artikel 1. De raad hecht zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst tussen het OCMW Linter en het sociale economie-initiatief Blankedale vzw, Ambachtenlaan 70 te 3300 Tienen, met ondernemingsnummer 0400.999.978, betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met een contract in de toepassing van artikel 60§7 van de OCMW-wet en ter beschikking te stellen van Blankedale vzw teneinde door middel van sociale economie bij te dragen tot de professionele herinschakeling van de personen die OCMW-steun genieten en binnen het kader van de wetgeving ter zake.

          Artikel 2. Deze overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde duur met ingangsdatum de datum van ondertekening en als einddatum de datum van einde tewerkstelling.
          De opzeggingstermijn voor deze overeenkomst bedraagt voor beide partijen drie maanden.

          Artikel 3. De voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur worden gemachtigd om namens het OCMW deze overeenkomst te ondertekenen.

    • Varia

      • Varia

        • Mondelinge vragen raadsleden

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 31 en 74
          • Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn dd. 28 januari 2019 houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn van Linter, in het bijzonder artikel 11
          Feiten, context en argumenten

          Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over aangelegenheden van het OCMW, die niet op de agenda van de raad voor maatschappelijk welzijn staan. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord.

          Mondelinge vragen zijn vragen om uitleg of verduidelijking van aangelegenheden van het OCMW, het bestuur van het OCMW, of zaken die betrekking hebben op de taken uitgeoefend door vast bureau of de voorzitter van het vast bureau. Ze mogen geen betrekking hebben op particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen. Ze mogen niet bedoeld zijn om de persoonlijke intenties van de leden van het vast bureau te kennen, om een debat uit te lokken, of aanleiding te geven tot enig besluit. In geen geval wordt een uitvoerig debat over de gestelde mondelinge vraag gevoerd in de raad. Hiertoe is vereist dat het onderwerp als agendapunt is vermeld. De vragen beperken zich tot het inwinnen van informatie.

          Besluit

          Enig artikel. De raad neemt kennis van de mondelinge vragen van de raadsleden.