Terug
Gepubliceerd op 03/09/2026

Notulen  Gemeenteraad

ma 31/08/2026 - 19:30 raadzaal
Aanwezig: Jonas Michiels, Voorzitter
Marc Wijnants, Burgemeester
Linda Verdeyen, Andy Vandevelde, Sandra Schoovaerts, Schepenen
Helga Delvaux, Martine Jacobs, Stef Goris, Ludo Pluymers, Bettina Sandermans, Joeri Dewelde, Kim Soetaers, Kris Schuyten, Wim Grauwels, Tibo Bergé, Ellen Vanherwegen, Gemeenteraadsleden
Rina Janssens, Algemeen Directeur
Verontschuldigd: Patrick Poffé, Vierde schepen
Patrick Niclaes, Erna Arron, Gemeenteraadsleden
  • Openbaar

    • Interne zaken

      • Secretariaat

        • Notulen en audioverslag vorige vergadering

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 32, 277 §1 en 278 §1
          • Besluit van de gemeenteraad van 26 januari 2026 betreffende het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad
          Feiten, context en argumenten

          De notulen en het audioverslag van de vergadering van de gemeenteraad van 30 juni 2026 werden acht dagen vóór de vergadering van de gemeenteraad ter beschikking gesteld van de gemeenteraadsleden.

          Elk lid van de gemeenteraad heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.

          Besluit

          Enig artikel. De gemeenteraad keurt de notulen van de vergadering van de gemeenteraad van 30 juni 2026 goed en neemt kennis van het audioverslag.

      • Personeel en organisatie

        • Rapportering over de organisatiebeheersing

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 41 en artikels 217 tot en met 220
          • Auditdecreet van 5 juli 2013
          • Besluit van de gemeenteraad van 30 maart 2026 betreffende het algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem
          Feiten, context en argumenten

          Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur definieert organisatiebeheersing als het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat het lokaal bestuur als organisatie:

          • de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;
          • wetgeving en procedures naleeft;
          • over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;
          • op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;
          • de activa beschermt en fraude voorkomt.

          Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.

          Het organisatiebeheersingssysteem beantwoordt minstens aan het principe van functiescheiding waar mogelijk en is verenigbaar met de continuïteit van de werking van de diensten.

          Het organisatiebeheersingssysteem wordt vastgesteld door de algemeen directeur, na overleg met het managementteam dd.21 augustus 2026.

          Het algemene kader van het organisatiebeheersingssysteem en de elementen daarin die raken aan de rol en de bevoegdheden van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn zijn onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn hebben op 30 maart 2026 het algemeen kader van het organisatiebeheersingssysteem vastgesteld.

          De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.

          Het betreft een geïntegreerd rapport betreffende gemeente en openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn.

          Het rapport met betrekking tot de organisatiebeheersing wordt ter kennisgeving voorgelegd aan de raad.

          Besluit

          Enig artikel. De raad neemt kennis van het rapport met betrekking tot de organisatiebeheersing.

    • Algemeen beleid

      • Kerkfabrieken

        • Kerkfabriek Heilige Clara van Assisi - Meerjarenplan 2026-2031

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 40 en 41
          • Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en de centrale besturen van de erkende erediensten
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2022 tot uitvoering van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 en het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, wat betreft de wijze van communicatie, de opmaak van algemene protocollen voor de elektronische uitwisseling van persoonsgegevens en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2016 tot vaststelling van de wijze van communicatie in het kader van het bestuurlijk toezicht op de besturen van de eredienst
          • Ministerieel besluit van 27 november 2006 tot vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de eredienst en ter uitvoering van artikel 46 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de eredienst en van de centrale besturen van de eredienst
          • Omzendbrief BB 2013/01 van 1 maart 2013 - Boekhouding besturen van de eredienst
          Feiten, context en argumenten

          Procedure

          Binnen zes maanden na de installatie van de gemeenteraad na de gehele vernieuwing van deze raad, stelt de kerkraad een meerjarenplan vast dat de financiële afspraken tussen de kerkfabriek en de gemeente bevat voor de periode van zes jaar, die ingaat op 1 januari van het tweede jaar dat volgt op de algehele vernieuwing van de gemeenteraad. Het meerjarenplan kan herzien worden in de loop van de periode waarvoor het is opgemaakt.

          De meerjarenplannen worden gecoördineerd en gelijktijdig bij de gemeenteoverheid, het erkend representatief orgaan en de provinciegouverneur ingediend door het centraal kerkbestuur waaronder de kerkfabrieken ressorteren. Als er geen centraal kerkbestuur werd opgericht, dient de kerkfabriek het meerjarenplan in.

          De meerjarenplannen en de wijzigingen zijn onderworpen aan het advies van het erkend representatief orgaan en aan de goedkeuring van de gemeenteraad.

          Bij ontstentenis van het versturen van zijn advies naar de gemeenteraad binnen een termijn van vijftig dagen, die ingaat op de dag na het inkomen bij het erkend representatief orgaan van de meerjarenplannen, wordt het voornoemd orgaan geacht een gunstig advies te hebben uitgebracht.

          De gemeenteraad spreekt zich uit over de goedkeuring binnen een termijn van honderd dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het advies van het erkend representatief orgaan bij de gemeenteoverheid of de dag na het verstrijken van de termijn van vijftig dagen, en verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan. De gemeenteraad kan het meerjarenplan goedkeuren, niet goedkeuren of aanpassen aan wat in het overleg tussen de gemeenten en de kerkfabriek besproken werd.

          Als binnen de termijn van honderd dagen geen besluit naar de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan is verstuurd, wordt de gemeenteraad geacht zijn goedkeuring aan de meerjarenplannen te hebben verleend.

          Meerjarenplan 2026-2031

          De kerkraad Heilige Clara van Assisi heeft in zitting van 20 juli 2026 het meerjarenplan 2026-2031 vastgesteld en op 21 juli 2026 ingediend bij de gemeenteoverheid.

          Het representatief orgaan bracht op 17 augustus 2026 een positief advies uit.

          De gemeenteraad dient zich uiterlijk op 25 november 2026 uit te spreken over de goedkeuring van het meerjarenplan.

          Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in een gemeentelijke toelage voor exploitatie voor elk jaar van het meerjarenplan:

          • 2026: € 100.000,00
          • 2027: € 131.973,72
          • 2028: € 136.253,36
          • 2029: € 140.665,06
          • 2030: € 145.212,90
          • 2031: € 149.901,08

          Het meerjarenplan 2026-2031 voorziet in volgende investeringsuitgaven, dewelke verduidelijkt worden in de toegevoegde beleidsnota:

          • 2026: € 76.350,00 (op te trekken naar € 137.000,00 na aanpassing meerjarenplan)
          • 2027: € 35.000,00
          • 2028: € 95.000,00
          • 2029: € 30.000,00
          • 2030: € 90.000,00
          • 2031: € 0
          Besluit

          Artikel 1. De raad hecht zijn goedkeuring aan het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi, zoals vastgesteld door de kerkraad in zitting van 20 juli 2026.

          Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi en het erkend representatief orgaan.

        • Kerkfabriek Heilige Clara van Assisi - Budget 2026

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 40 en 41
          • Decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en de centrale besturen van de erkende erediensten
          • Besluit van de Vlaamse Regering van 1 april 2022 tot uitvoering van het Erkenningsdecreet Lokale Geloofsgemeenschappen van 22 oktober 2021 en het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, wat betreft de wijze van communicatie, de opmaak van algemene protocollen voor de elektronische uitwisseling van persoonsgegevens en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 mei 2016 tot vaststelling van de wijze van communicatie in het kader van het bestuurlijk toezicht op de besturen van de eredienst
          • Ministerieel besluit van 27 november 2006 tot vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de eredienst en ter uitvoering van artikel 46 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de eredienst en van de centrale besturen van de eredienst
          • Omzendbrief BB 2013/01 van 1 maart 2013 - Boekhouding besturen van de eredienst
          • Besluit van de gemeenteraad van 31 augustus 2026 inzake het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi
          Feiten, context en argumenten

          Procedure

          De kerkraad stelt jaarlijks op basis van het meerjarenplan het budget van de kerkfabriek voor het volgende boekjaar vast en dient het in voorkomend geval voor 30 juni in bij het centraal kerkbestuur. Het budget bestaat uit een investeringsbudget en een exploitatiebudget.

          De budgetten worden na het advies van het erkend representatief orgaan jaarlijks voor 1 oktober gecoördineerd bij de gemeenteoverheid ingediend door het centraal kerkbestuur waaronder de kerkfabrieken ressorteren. Als er geen centraal kerkbestuur werd opgericht, dient de kerkfabriek het budget in.

          Als het budget past in het goedgekeurde meerjarenplan, neemt de gemeenteraad hiervan akte binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid. Zij geeft daarvan kennis aan het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.

          Als het budget niet past in het goedgekeurde meerjarenplan, kan de gemeenteraad het budget aan het meerjarenplan aanpassen behalve wat de kosten betreft die betrekking hebben op het vieren van de eredienst.

          De gemeenteraad spreekt zich over het budget uit binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid en hij verstuurt zijn besluit uiterlijk de laatste dag van deze termijn aan de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.

          Als binnen de voormelde termijn van vijftig dagen geen besluit naar de provinciegouverneur, het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan is verstuurd, wordt de gemeenteraad geacht het budget te hebben goedgekeurd.

          Budget 2026

          De kerkraad Heilige Clara van Assisi heeft in zitting van 9 april 2026 het budget 2026 vastgesteld.

          Het erkend representatief orgaan heeft op 26 mei 2026 een gunstig advies uitgebracht.

          De kerkfabriek Heilige Clara van Assisi heeft op 13 juli 2026 het budget 2026 ingediend bij de gemeenteoverheid.

          De gemeenteraad dient uiterlijk op 1 september 2026 zich uit te spreken over het budget.

          Het budget 2026 van de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi voorziet in een gemeentelijke toelage voor exploitatie van € 100.000,00.

          Het budget 2026 voorziet geen gemeentelijke toelage voor investeringen.

          Beoordeling

          Er wordt vastgesteld dat het budget 2026 van de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi past in het goedgekeurde meerjarenplan.

          Besluit

          Artikel 1. De raad neemt akte van het budget 2026 van de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi, zoals vastgesteld door de kerkraad op 9 april 2026.

          Artikel 2. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de Gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de kerkfabriek Heilige Clara van Assisi en het erkend representatief orgaan.

    • Omgeving en Wonen

      • Woonbeleid

        • Toewijzingsreglement zonecomité Zuid Woonmaatschappij KANVAZ

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40 en 41
          • Vlaamse Codex Wonen van 2021, meer bepaald artikels 6.12 t.e.m. 6.14.
          • Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, meer bepaald artikels 6.22 t.e.m. 6.28.
          • Besluit van het bestuursorgaan van KANVAZ van 4 juli 2023 betreffende de installatie van het Zonecomité van KANVAZ, zoals opgenomen in het intern reglement van de raad van bestuur van KANVAZ

           

          Toelichting bij artikels:

          -        Artikel 1 verduidelijkt welke bepalingen geamendeerd zijn in het ontwerp toewijzingsreglement, gevoegd in bijlage.

          -        Artikel 2 verduidelijkt dat de gemeente akkoord gaat met de in consensus genomen beslissing om voorrang te geven aan kandidaat-huurders met langdurige woonbinding met het werkingsgebied.

          -        Artikel 2 en 3 verduidelijken dat de gemeente het ontwerp toewijzingsreglement amenderen voor wat betreft de strengere woonbinding met de gemeente en het deelwerkingsgebied en de voorrangsbepalingen voor specifieke doelgroep(en).

          -         Artikel 5 kennisname huishoudelijk reglement

          Feiten, context en argumenten

          Aanleiding

          Met de vorming van de nieuwe woonmaatschappijen trad op 1 januari 2024 ook een nieuw toewijsmodel in werking. De Vlaamse overheid schetste een breed kader waarbinnen de woonmaatschappijen één of meer toewijzingsraden dienen op te richten die aan de slag kunnen gaan om tot een concrete invulling te komen voor het toewijzen van woningen. De woonmaatschappijen dienden het initiatief te nemen om deze toewijzingsraden op te richten en zit de toewijzingsraden voor.

          Alle gemeenten van een (deel)werkingsgebied dienen vertegenwoordigd te zijn in de toewijzingsraad. Relevante huisvestings- en welzijnsactoren kunnen zichzelf aanmelden om er deel van uit te maken.

          De toewijzingsraad heeft een beleidsmatige opdracht en een operationele opdracht. Dit wordt geregeld in artikel 6.23 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021.

          Beleidsmatige opdracht

          De toewijzingsraad stelt een ontwerp van toewijzingsreglement op. Hierin kunnen bepalingen over de verstrenging van de langdurige woonbinding (pijler 1) en bepalingen voor specifieke doelgroepen (pijler 2) worden opgenomen. De leden van de toewijzingsraad streven hierbij naar consensus. Als er geen consensus is, kunnen de deelnemende gemeenten van de toewijzingsraad specifiek voor hun gemeenten over deze bepalingen beslissen.

          Voor het opnemen van een bepaling over de langdurige woonbinding met het (deel)werkingsgebied is in ieder geval consensus tussen de gemeenten van het (deel)werkingsgebied vereist.

          Operationele opdracht

          De toewijzingsraad staat ook in voor de praktische uitvoering van de regels die betrekking hebben op de versnelde toewijzingen en de toewijzingen aan specifieke doelgroepen (pijler 2). De toewijzingsraad kan afspraken maken over de werkwijze met betrekking tot de aanmelding en begeleiding van kandidaat-huurders en huurders. Deze afspraken worden opgenomen in het huishoudelijk reglement van de toewijzingsraad.

          Woonmaatschappij KANVAZ

          Het werkingsgebied van KANVAZ omvat 18 gemeenten. In overleg met de lokale besturen werden er 3 deelwerkingsgebieden afgebakend binnen het werkingsgebied van KANVAZ.

          • Deelwerkingsgebied Zuid, bestaande uit de gemeenten: Tienen, Hoegaarden, Landen, Linter, Zoutleeuw, Geetbets en Glabbeek;
          • Deelwerkingsgebied Noordoost, bestaande uit de gemeenten: Diest, Scherpenheuvel-Zichem, Bekkevoort, Kortenaken en Aarschot;
          • Deelwerkingsgebied Noordwest, bestaande uit de gemeenten: Begijnendijk, Tremelo, Rotselaar, Holsbeek, Lubbeek en Tielt-Winge.

          In elk deelwerkingsgebied werd:

          • een zonecomité opgericht dat tevens fungeert als toewijzingsraad en de bovenvermelde vermelde beleidsmatige opdracht heeft;
          • een toewijscomité opgericht waaraan de toewijzingsraad de bovenvermelde operationele opdracht zal delegeren.

          Zowel de zonecomités als de toewijscomités zijn sinds het najaar 2023 actief.

          Bij opstart van de zonecomités werd onmiddellijk werk gemaakt van de opmaak van het huishoudelijk reglement dat vandaag in voege is.

          Zonecomité Noordoost en Zonecomité Noordwest maakten ook onmiddellijk werk van de opmaak van het toewijzingsreglement en deze reglementen gingen in 2024 in voege.

          Zonecomité Zuid besliste om gebruik te maken van de overgangsregeling die de mogelijkheid gaf om nog geen toewijzingsreglement op te maken tot uiterlijk 31 december 2026 en waar vandaag nog volgende voorrangsbepalingen gelden tot uiterlijk 31 december 2026:

          Verplichte langdurige woonbinding in het volledige werkingsgebied van KANVAZ

          Er wordt verplicht voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder als hij in de periode van tien jaar voor de toewijzing minstens vijf jaar ononderbroken inwoner is of geweest is van de gemeente.

          Strengere woonbinding in het deelwerkingsgebied Zuid

          Voor de gemeente Geetbets wordt voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • minstens 10 jaar in Geetbets gewoond heeft. 

          Voor de gemeente Glabbeek wordt achtereenvolgens voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • die 10 jaar onafgebroken inwoner van de gemeente is of geweest is.

          Voor de gemeente Hoegaarden wordt voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • die de laatste 10 jaar voor de toewijzing in de gemeente Hoegaarden woonde.

          Voor de stad Landen wordt voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • de laatste 10 jaar vóór de toewijzing onafgebroken in Landen woonde; 
          • in de laatste 30 jaar vóór de toewijzing ten minste 10 jaar in Landen heeft gewoond en waarvan de laatste 3 jaar vóór de toewijzing onafgebroken in Landen heeft gewoond.

          Voor de gemeente Linter wordt voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • die tot de leeftijd van 18 jaar tot een gezin behoorde dat minimaal 10 jaar in de gemeente Linter gevestigd was. 

          Voor de stad Tienen wordt achtereenvolgens voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • die de laatste 10 jaar voor toewijzing in de stad gewoond heft.

          Voor de stad Zoutleeuw wordt voorrang gegeven aan de kandidaat-huurder:

          • die minimaal 15 jaar inwoner is geweest van de stad Zoutleeuw
          • in de periode van 30 jaar voor de toewijzing van de sociale huurwoning minstens 6 jaar inwoner geweest is van de stad Zoutleeuw

          Opmaak ontwerp toewijzingsreglement en bijhorend huishoudelijk reglement

          In kader van de beleidsmatige opdracht van de zonecomités dient de gemeenteraad een beslissing te nemen over het ontwerp van toewijzingsreglement opgemaakt door het zonecomité Zuid.

          Bij de opmaak van het toewijzingsreglement is er lokaal maatwerk mogelijk voor enerzijds het instellen van een a) strengere lokale bindingsvoorwaarde (pijler 1) en anderzijds voor b) het afbakenen van specifieke doelgroepen (pijler 3).

          Daarnaast schrijft de regelgeving ook voor dat de woonmaatschappij de gemeente op de hoogte brengt van de beslissingen met betrekking tot de versnelde toewijzingen (pijler 2) opgenomen in het huishoudelijk reglement.

          De gemeenteraad kan echter enkel het ontwerp van toewijzingsreglement amenderen voor wat betreft de strengere woonbinding en de specifieke doelgroepen.

          De woonmaatschappij dient het goedgekeurde toewijzingsreglement aan de minister te bezorgen opdat hij zijn vernietigingstoezicht kan uitoefenen. Vervolgens dient de woonmaatschappij het goedgekeurde toewijzingsreglement te integreren in het intern huurreglement van de woonmaatschappij.

          Bepalingen ontwerp toewijzingsreglement Zonecomité Zuid

          a) Strengere lokale woonbinding (pijler 1)

          De lokale besturen van het Zonecomité Zuid wensen in heel het deelwerkingsgebied eenzelfde criterium te voorzien die de standaard langdurige woonbinding voorafgaat, zijnde een voorrang aan kandidaat-huurders te verlenen die ooit 10 jaar onafgebroken in de gemeente hebben gewoond of nog steeds wonen.

          Een aantal lokale besturen van het Zonecomité Zuid wensen elk afzonderlijk een criterium te kunnen voorzien die de bovenvermelde standaard langdurige woonbinding voorafgaat.

          In het Zonecomité Zuid werd bij consensus beslist dat na de langdurige woonbinding met de gemeente ook rekening wordt gehouden met de langdurige woonbinding van de kandidaat-huurder met het deelwerkingsgebied van KANVAZ.

          b) Specifieke doelgroepen (pijler 3)

          Binnen het Zonecomité Zuid wensen een aantal gemeenten woningen aan te duiden voor specifieke doelgroepen, m.n. kandidaat-huurder, vanaf 65 jaar. 

          Besluit

          Artikel 1. De gemeente maakt gebruik van de mogelijkheid van artikel 6.22 §2 Besluit Vlaamse Codex Wonen om het ontwerp toewijzingsreglement te amenderen voor wat betreft de strengere woonbinding, vermeld in 6.23, § 1, derde lid en de toewijzing aan specifieke doelgroep(en), vermeld in 6.27. 

          Artikel 2. De gemeente geeft haar goedkeuring aan de geamendeerde voorrangsbepaling voor wat betreft de strengere woonbinding voor kandidaat-huurders om achtereenvolgens in het hele deelwerkingsgebied volgende voorrangsregeling toe te passen:

          • een voorrang aan kandidaat-huurders die ooit 10 jaar onafgebroken in de gemeente hebben gewoond of nog steeds wonen;
          • een voorrang aan kandidaat-huurders die de afgelopen 10 jaar minstens 5 jaar onafgebroken in de gemeente woonden of gewoond hebben (standaardregel);
          • een voorrang aan kandidaat-huurders die de afgelopen 10 jaar minstens 5 jaar onafgebroken in het deelwerkingsgebied woonden of gewoond hebben.

          Artikel 3. De gemeente maakt geen gebruik van een geamendeerde voorrangsbepaling voor kandidaat-huurders die behoren tot de specifieke doelgroep ‘kandidaat-huurder, vanaf 65 jaar’.

          Artikel 4. De gemeenteraad neemt via het huishoudelijk reglement kennis van de genomen beslissingen door Woonmaatschappij KANVAZ met betrekking tot de versnelde toewijzingen (pijler 2).

    • Vrije tijd

      • Bibliotheek

        • Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Linter en vzw IN-Z inzake Digipunt 2026–2028

          Juridische overwegingen
          • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40 en 41
          Feiten, context en argumenten

          Het bestuur wil inzetten op digitale inclusie en er voor zorgen dat alle inwoners – van kinderen tot volwassenen – de kans krijgen om op een laagdrempelige manier digitale vaardigheden te ontwikkelen.

          De openbare bibliotheek speelt hierbij een centrale rol. De voorbije jaren werd er in de openbare bibliotheek een Digibank georganiseerd via een subsidieproject van de Vlaamse Overheid, waarbij een digihelper ter plaatse was om mensen met hun persoonlijke digitale vragen te helpen. Eind juli 2026 is de Vlaamse Overheid gestopt met de ondersteuning van de Digibanken.

          Het bestuur wenst verder in te zetten op de ontwikkeling van digitale vaardigheden om zo onder andere het risico op digitale uitsluiting te verkleinen.

          Door het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Linter en de vzw IN-Z kan een Digipunt in de openbare bibliotheek worden verdergezet, waarbij doelgroepmedewerkers worden ingezet om in dit digipunt de dienstverlening uit te voeren. Een gekwalificeerd begeleider van vzw IN-Z zorgt voor de ondersteuning en begeleiding van de doelgroepmedewerker. Zo kan er een toegankelijke, aanvullende en kwalitatieve dienstverlening worden voortgezet.

          Het ontwerp van  overeenkomst bevat bepalingen over het algemeen kader, de looptijd, de financiële ondersteuning, de promotie en de opvolging.

          De overeenkomst loopt van 1 september 2026 tot en met 31 december 2028.

          Het lokaal bestuur financiert gedurende deze periode 18 inloopmomenten in het digipunt van de bibliotheek, met een duur van 2u (2x/maand, behalve in april en december - dan slechts 1x/maand; ook in juli & augustus geen inloopmoment).

          Deze dienstverlening wordt vergoed aan een uurtarief van €55,55 (vrijgesteld van btw), wat neerkomt op een maximaal bedrag van € 4.777,00 voor de volledige periode:

          • 14u digihulp van september 2026 - december aan €777,00
          • 36u digihulp van januari 2027- december 2027 aan €2.000,00
          • 36u digihulp van januari 2028 - december 2028 aan €2.000,00

          Het uurtarief wordt aangepast indien de spilindex wordt overschreden.

          Besluit

          Artikel 1. De raad hecht zijn goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente Linter en vzw IN-Z inzake aanvullende lokale dienstverlening digipunt voor de periode van 1 september 2026 tot en met 31 december 2028, dewelke als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit.

          Artikel 2. De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd om de samenwerkingsovereenkomst namens de gemeente Linter te ondertekenen.

    • Varia

      • Varia

        • Mondelinge vragen raadsleden

          Juridische overwegingen

          • Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur, in het bijzonder artikel 31
          • Besluit van de gemeenteraad dd. 28 januari 2019 houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Linter, in het bijzonder artikel 11

          Feiten, context en argumenten

          Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering van de gemeenteraad kunnen de raadsleden mondelinge vragen stellen over
          gemeentelijke aangelegenheden, die niet op de agenda van de gemeenteraad staan. Op deze mondelinge vragen wordt ten laatste tijdens de volgende zitting geantwoord.
          Mondelinge vragen zijn vragen om uitleg of verduidelijking van aangelegenheden van gemeentelijk belang, het bestuur van de gemeente, of zaken die betrekking hebben op de taken uitgeoefend door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester. Ze mogen geen betrekking hebben op particuliere aangelegenheden of persoonlijke gevallen. Ze mogen niet bedoeld zijn om de persoonlijke intenties van de leden van het college van burgemeester en schepenen te kennen, om een debat uit te lokken, of aanleiding te geven tot enig besluit. In geen geval wordt een uitvoerig debat over de gestelde mondelinge vraag gevoerd in de raad. Hiertoe is vereist dat het onderwerp als agendapunt is vermeld. De vragen beperken zich tot het inwinnen van informatie.

          Besluit

          Enig artikel. De raad neemt kennis van de mondelinge vragen van de raadsleden.